Creëer een zelfbewuste houding

pp.12-14_Braam_JSW maart 2018_GesprekDe eerste keer dat ik mij hevig verbaasde over het imago van dit beroep was veertig jaar geleden. Het kostte moeite om te accepteren dat mijn vader, zakenman en trotse VVD-er, zijn neus ophaalde voor het vak dat ik met zoveel plezier uitoefende. Niet dat hij mijn keuze afwees, het waren mijn collega’s, of eigenlijk alle onderwijzers – behalve zijn dochter dan – waar hij met gefronste wenkbrauwen naar keek. Hoewel hij het dialect van zijn geboortedorp nooit meer sprak, gebruikte hij altijd de term ‘eigenwieze onderwiezers’ om de beroepsgroep te duiden en als ik mijn verjaardag vierde, keek hij met enig dedain naar de andere genodigden.

Later, veel later herken ik de houding van mijn vader in het gedrag van Ton Elias, voormalig tweede kamerlid van de VVD. Het dedain voor dit beroep aan de rechterkant van het politieke spectrum is zo groot dat het moeilijk is de positie van leerkrachten te verbeteren zolang de VVD de toon aangeeft. Leerkrachten zijn in hun visie te links, te eigengereid, teveel gehecht aan klaagzangen en hebben steevast te korte werkdagen en te lange vakanties. Al is er ondertussen nog zoveel veranderd ten aanzien van die werkdagen en vakanties, dit imago staat al decennia als een huis. Maar afgezien van het beeld van de luie en klagerige onderwijzer was er op basisscholen in de jaren tachtig en negentig niet zo heel veel aan de hand. Er waarden natuurlijk toen ook tijdgeesten rond, maar dat waren aandoenlijke lieverds vergeleken met de tijdgeesten die vanaf het begin van deze eeuw op scholen hun intrede deden. Eigenlijk herinner me ik de jaren negentig voornamelijk als gezellig. De school waaraan ik verbonden was, was erg groot, kende geen enkel probleem met het leerlingenaantal, scoorde goed bij de Citotoets, werd naar behoren geleid en kende een actieve oudergeleding. Terwijl ik dit opschrijf, bedenk ik mij dat ik deze jaren alleen in retrospectief als buitengewoon aangenaam ervaar, in die tijd had ik geen idee hoe gelukkig ik mijzelf kon prijzen. Op andere scholen ging het vaak niet anders. En als dat niet zo was, dan wisten we dat niet van elkaar.

Na de eeuwwisseling
Waren het in de eerste jaren van mijn loopbaan alleen nog de mensen ter rechterzijde van het politieke spectrum die de neus voor de uitvoerders van dit beroep ophaalden, rond de eeuwwisseling kwam de kritiek van alle kanten. Niet alleen de vermeend klagerige en eigengereide aard van onderwijsgevenden stond ter discussie, al hun intenties en inspanningen werden regelmatig door allerhande onderzoekers, bestuurders en journalisten gewogen en te licht bevonden. Het een na het andere onderzoek zag het licht: leerlingen konden niet (voldoende) rekenen, lezen, spellen, spelen, gymmen, zingen. Leerkrachten werden niet goed opgeleid, ze waren niet veranderingsgezind genoeg. Plotseling bleek iedereen verstand van onderwijs te hebben, behalve zij die het uitvoerden dan. Daarnaast werd de brievenbus van scholen overladen met lespakketten over maatschappelijk problemen. Zo groot als men het aandeel van scholen achtte in het rechttrekken van maatschappelijke onrecht: doe dit, doe dat, zo klein waardeerde men de opbrengsten van wat scholen wel deden, doe dit niet, doe dat niet.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.