Is onderwijs meetbaar?

pp.06-09_Tishauser_JSW april 2017_Meten‘Finland heeft het beste onderwijs’, ‘In Singapore geven ze het beste rekenonderwijs’, ‘In de Europese Unie is Nederland een toppresteerder’ en ‘Het niveau in Nederland daalt gestaag’. Politici en onderwijsbestuurders houden van onderwijsranglijsten, zoals PISA en TIMMS. Deze ranglijsten zijn gebaseerd op gestandaardiseerde toetsen. Wat zeggen deze toetsen over de kwaliteit van ons onderwijs?

TIMMS en PISA
TIMMS (Trends in International Mathematics and Science Study) toetst rekenen, wiskunde en ‘science’ bij 10- en 14-jarigen. TIMMS toetst niet alleen toepassingen, maar ook kennis. Bij rekenen wordt ook gevraagd om sommen te maken. Toepassen en begrip worden hoger gewaardeerd in de puntentelling. PISA (Programme for International Student Assessment) toetst lezen, rekenen, wiskunde, ‘science’ en probleem oplossen bij 15-jarigen. Pisa toetst vaardigheid: of een leerling in staat is zijn kennis toe te passen. Voor rekenen houdt dit in dat er redactiesommen worden gebruikt.

Kwaliteit van het onderwijs
In de afgelopen maanden heb je allerlei berichten in de media kunnen lezen over ‘TIMMS’ en ‘PISA’. Het is verleidelijk om deze conclusies te geloven en te denken dat ons rekenonderwijs slechter is dan in Singapore of ons taalonderwijs slechter dan in Finland. Een paar jaar geleden werden de resultaten van de Cito-eindtoets ook gebruikt om scholen van een cijfer te voorzien. Hierdoor ontstaat een competitie die gevolgen heeft in je school en je klaslokaal in de vorm van een toegenomen prestatiedruk. Naar mijn mening laten deze toetsen zien waar een leerling staat in zijn leerproces, maar je moet voorzichtig zijn met het trekken van conclusies over de kwaliteit van het onderwijs. Als je naar de websites van TIMMS (http://timss.bc.edu) en PISA (www.pisa.nl) gaat en je kijkt naar de resultaten, dan zie je een overvloed aan data. Je krijgt het gevoel dat je naar precieze, harde gegevens kijkt. De manier van werken is goed gedocumenteerd en lijkt wetenschappelijk. Maar schijn bedriegt. Stel je voor dat je voor een prachtig nieuw operagebouw staat. De architectuur is modern en er zijn indrukwekkende technieken gebruikt met hoogtes en overspanningen die je niet voor mogelijk houdt. De achterliggende berekeningen maken indruk: alles ziet er goed doorberekend en betrouwbaar uit. Wat je niet ziet, is dat de heipalen te kort zijn. Als de palen niet op het zand staan, dan zal het gebouw verzakken. Dit is wat er gebeurt als je standaardtoetsen gebruikt om een uitspraak te doen over de kwaliteit van het onderwijs.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.