Meten van literaire competentie

pp.32-35_Cornelissen_JSW mei 2018_PratenEr zijn allerlei onderzoeken die aantonen dat het aanwakkeren van leesplezier een positief effect heeft op de ontwikkeling van literaire competentie. Hoe je die literaire ontwikkeling kunt vaststellen, blijft echter nog onderbelicht. In een onderzoek naar de ontwikkeling van literaire competentie (Cornelissen, 2016) is een meetinstrument ontworpen voor het vaststellen van het niveau van literaire competentie.

In mijn vorige artikel ‘Literaire gesprekken voeren over boeken’ (Cornelissen, 2018) is toegelicht dat literaire gesprekken een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van literaire competentie. Wezenlijk hierbij is dat leerlingen hun tijdens het lezen gevormde tekstwerelden (samenhangende beelden van emoties, gedachten, verwachtingen en vragen) in het gesprek met elkaar delen. Deze inbreng van hun persoonlijke leeservaringen vormt de aanjager voor de ontwikkeling van hun literaire competentie.

Literaire competentie
Zowel in beschrijvingen van literaire competentie voor het basisonderwijs (Van Dormolen, Van Montfort, Nicolaas, & Raukema, 2005) als voor het voortgezet onderwijs (Witte, 2008) staat centraal dat lezers kunnen communiceren met en over literatuur. In mijn onderzoek heb ik vier dimensies van literaire competentie onderscheiden: beleving, interpretatie, beoordeling en narratief begrip (Cornelissen, 2016).

1. Beleving
Teksten roepen allerlei emoties op. Alle uitingen van emoties vallen onder leesbeleving.
Tellegen en Frankhuisen (2002) maken een onderverdeling in emoties die de lezer direct zelf voelt, zoals plezier, verdriet, boosheid en angst, en emoties waarbij een zekere mate van reflectie plaatsvindt. Onder deze zogenaamde indirecte emoties vallen herkenning (‘Die klas lijkt wel op onze klas’), bewondering (‘Ik zou zo sterk willen zijn als Pippi’), interesse (‘Verhalen van vroeger vind ik interessant’), nieuwsgierigheid (‘Ik wil weten hoe het verder gaat’), verbazing (‘Raar wat er gebeurde’), medelijden (‘Ik zou Annelies willen troosten’) en meevoelen (‘Toen Yaqub zo verdrietig was, voelde ik mij ook verdrietig’).

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.