Onderpresteren te lijf gaan

‘Hij heeft zo veel in zijn mars, maar het komt er niet uit.’ ‘Ze heeft zoveel capaciteiten, maar doet er niks mee.’ We kunnen allemaal wel een leerling aanwijzen voor wie een van deze uitspraken geldt. Er wordt dan al snel geroepen: ‘Ze moeten leren leren!’ Maar hoe pak je dat nou aan als leerlingen al niet meer wíllen leren?

Maria Montessori zei het begin 1900 al: ‘Help mij het zelf te doen.’ Een uitspraak die nu, meer dan ooit, van waarde is. Voor het leren in de 21e eeuw wordt zelfregulatie gezien als een belangrijke vaardigheid. Sterker nog, uit praktijkonderzoek op basisschool D’n Heiakker blijkt dat werken aan zelfregulerende vaardigheden voor onderpresterende hoogbegaafde leerlingen een positief effect heeft. Leer de leerlingen dus de vaardigheden om zelf aan het werk te beginnen, zelf aan het werk te blijven en het werk te evalueren.

Onderpresteren
Weinig tot geen doorzettingsvermogen, slechte leer-/werkstrategieën, het afwijzen van de verantwoordelijkheid voor eigen gedrag en het leren, allemaal kenmerkend gedrag passend bij onderpresteren (Pluymakers & Span, 1999). Onderpresteren wordt omschreven als ‘het lager presteren dan dat op basis van je capaciteiten van je verwacht mag worden’. Een groot probleem onder met name hoogbegaafde leerlingen, maar vergis je niet ook leerlingen met een gemiddelde of lage intelligentie kunnen dit gedrag vertonen. Dus een leerling uit groep 3 met een gemiddelde intelligentie die thuis al hele boekjes leest, maar op school deze vaardigheid nog niet laat zien en daar hakt en plakt, noemen we ook een onderpresteerder.

Problemen
De ene onderpresteerder valt op in de klas, want die speelt de clown, is agressief of staart de hele dag uit het raam en weigert het werk te maken. Terwijl de andere onderpresteerder zich keurig aanpast in de klas, maar thuis boos, gefrustreerd, verdrietig of depressief is. De gevolgen van onderpresteren kunnen groot zijn. Naast het bovengenoemde gedrag kunnen leerlingen ook nog lichamelijke, psychische en/of sociale problemen ontwikkelen. Leerlingen die simpelweg niet meer kunnen lopen of spreken als gevolg van onderpresteren, leerlingen die zich niet begrepen voelen door de kinderen in de klas en de leerkracht of leerlingen die de wereld niet kunnen begrijpen en daarom niet meer op deze wereld willen zijn. Als de problemen zo groot zijn en leerlingen al langere tijd onderpresteren, dan is het bieden van uitdaging alleen niet meer genoeg. Het doorbreken van onderpresteren vraagt meer dan dat.

Zelfregulatie
Uit praktijkonderzoek op basisschool D’n Heiakker (de uitkomsten hiervan worden ondersteund door de theorie van Kuipers, 2009) blijkt dat het expliciet aanleren en inoefenen van zelfregulerende vaardigheden een positief effect heeft op een aantal kenmerken van onderpresteren. Het aanleren van en werken met de zelfregulerende vaardigheden zorgt bij leerlingen voor een positiever beeld van het eigen doorzettingsvermogen. Leerlingen zetten vaker en effectiever leer- en werkstrategieën in en ze nemen weer meer verantwoordelijkheid over het eigen leren. Leerlingen krijgen daarnaast een positiever beeld over eigen kunnen. Hoe bereik je deze resultaten nu zelf in de klas? Wat zijn die zelfregulerende vaardigheden dan en hoe kun je die in de klas met je leerlingen oefenen?

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.