Passende perspectieven rekenen

pp.18-21_Brandt_JSW juni 2017_LeerkrachtMet de komst van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (2011) en de Wet passend onderwijs (2014) wordt vanuit de overheid opnieuw benadrukt dat ook voor leerlingen die referentieniveau 1F niet halen en tóch binnen het regulier basisonderwijs blijven er een rekenaanbod is dat tegemoetkomt aan de onderwijsbehoeften en mogelijkheden van deze leerlingen. Dat betekent keuzes maken en vooral het léf hebben om dat te doen en daarover ook nog in gesprek te kunnen gaan. Om scholen hierbij te ondersteunen heeft SLO in opdracht van het ministerie van OCW het project Passende perspectieven rekenen opgezet.

Gedurende de basisschool ontstaan bij bepaalde groepen leerlingen grote rekenachterstanden. Omdat in de Wet referentieniveaus vastgelegd is welke rekenvaardigheden leerlingen moeten beheersen aan het eind van het basisonderwijs, kan veel scherper dan voorheen bepaald worden hoe groot de kloof is. Tegenwoordig hebben leerlingen geen leerachterstand meer in termen van DLE’s, maar kan het basisonderwijs precies bepalen welke doelen leerlingen wel en niet hebben gehaald en op welk niveau zij functioneren. Met deze informatie is het mogelijk om een doorlopende leerlijn te realiseren gebaseerd op de onderwijsbehoeften van de leerling (Brandt-Bosman & Logtenberg, 2017).

Convergente differentiatie
Het model van ‘convergente differentiatie’ is zeer gangbaar op basisscholen. Dit betekent dat de klas is ingedeeld in drie groepen: de sterkere-, basis- en zwakkere rekenaars. De meeste huidige rekenmethodes ondersteunen deze driedeling waarbij er voor de zwakkere groep verlengde instructie mogelijk is. Met dit model is het mogelijk om zwakkere rekenaars in de les mee te laten doen in de klas. Hierbij zijn de methode, de organisatie van de les en de percentielscores op de lovs-toetsen leidend, en minder de onderwijsbehoeften van de leerling (Brandt-Bosman & Logtenberg, 2017). In het project Passende perspectieven hebben experts zich gebogen over de vraag welke ondersteuning leerkrachten nodig hebben bij het bieden van een passend rekenaanbod aan leerlingen in het basisonderwijs die referentieniveau 1F mogelijk niet halen. (Boswinkel & Buijs, 2014). In de praktijk blijkt dat het werken met Passende perspectieven nog relatief onbekend is en dat er nog handelingsverlegenheid bij de leerkrachten en scholen is. Vooral het beredeneerd schrappen van doelen vindt men moeilijk. Daar is moed voor nodig en het vertrouwen dat deze keuze een groter leereffect teweegbrengt bij zwakke rekenaars dan voorheen.

Leerroutes en doelenlijsten
Voor het basisonderwijs gaat het bij Passende perspectieven om een set leerlijnen waarin rekendoelen van referentieniveau 1F in de tijd, per domein per leerjaar, zijn uitgezet. We noemen dit de leerroutes. Deze leerroutes zijn aangevuld met doelenlijsten waarin keuzes gemaakt zijn. Het uitgangspunt is dat leerlingen niet alle doelen van referentieniveau 1F hoeven te bereiken – er kan gedifferentieerd worden naar beheersingsniveau per domein – om zo tijd vrij te spelen om aan andere doelen meer aandacht te kunnen geven.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.