Positieve kijk op combinatieklassen

maatschappelijke stage vmboInmiddels wil juf Janine niet meer terug. Voor de zomer had ze er als een berg tegenop gezien: lesgeven aan de combinatie 3/5. Maar het kon niet anders, de groepen waren gewoon te klein. Maar groep 3 en 5 bleek een prima combinatie. De kinderen van groep 5 blijken ineens weer te kunnen spelen en de kinderen van groep 3 krijgen veel meer hulp en uitleg dan ze gewend waren. ‘Zal ik het rondje bij groep 3 even lopen, juf?’, schiet een kind haar te hulp.

Het is inmiddels een veel voorkomend verschijnsel: combinatieklassen. Voor scholen in gebieden met teruglopende geboortecijfers is het de enige oplossing om voort te bestaan, in elk geval zolang de overheid extra financiële middelen in blijft zetten voor kleine en zeer kleine scholen. Naast het financiële probleem dat een steeds kleiner wordende school heeft, ligt er natuurlijk ook een onderwijskundig vraagstuk. Hoe doe je dat met combinatieklassen? Wat betekent het voor de kwaliteit van leren? Moet je het eigenlijk wel willen? Heb je er ‘superleerkrachten’ voor nodig? Is het in het voor- of nadeel van leerlingen? Is het niet veel fijner om bijvoorbeeld alleen maar groep 5-leerlingen voor je te hebben in plaats van allerlei bijzondere combinaties, of geeft het ook extra mogelijkheden? Moet je uit een bijzonder onderwijshout gesneden zijn om dat te kunnen of is het voor iedere goede leerkracht weggelegd? Als voorbereiding op dit artikel liep ik een dag mee op twee basisscholen met bijzondere groepen: een 5/6/7/8- en een 3/5-combi van de stichting BasisBuren, het overkoepelend bestuur van dertien basisscholen in een krimpregio in de Betuwe.

Juf Wanda
Binnen een paar minuten zie je dat juf Wanda niet heel veel moeite heeft met lesgeven aan de zestien leerlingen van groep 5/6/7/8. Ze zitten in twee- tot viertallen met hun tafeltjes in gemengde groepjes bijeen. De sfeer is informeel, de leerlingen doen zonder veel gedoe wat van hen gevraagd wordt, zonder dat er stemverheffing nodig is. De juf bespreekt het dagrooster, er is veel afwisseling in inhoud en vorm voor iedereen. Na een kort plenair gedeelte, waarbij één kind uit groep 5 voorleest voor de klas, gaat iedereen eerst aan de slag met lezen. De juf schuift aan bij twee leerlingen die extra hulp nodig hebben bij leesoefeningen op een tablet. Aan alles kun je zien dat de groep deze aanpak gewend is: dat de aandacht even niet bij hen ligt, betekent niet dat ze allerlei andere dingen gaan doen, ze lezen in alle rust. Na het wisselmoment – er wordt nu gerekend –geeft de juf een korte instructie op rekenen aan groep 5. Daarna is er ruimte voor vragen en hulp aan iedereen.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.