Samenwerkingsvaardigheden stimuleren

werkstuk klimaat en weer‘Jullie moeten meer aandacht besteden aan het samenwerken’, is een opmerking die al snel gemaakt wordt als de leerkracht ziet dat het samenwerken tussen leerlingen niet soepel verloopt. Of deze opmerking helpt het samenwerken tussen leerlingen te verbeteren, is nog maar de vraag. Hoe de leerlingen dit kunnen doen, wordt met deze opmerking namelijk niet duidelijk gemaakt. Op een basisschool is praktijkonderzoek gedaan naar succesvol samenwerken. Hoe pakt de leerkracht dit tijdens het coöperatief leren aan en wat is er op deze school nu precies nodig om het samenwerken tussen leerlingen succesvol te laten zijn?

Veel scholen in het basisonderwijs zijn met coöperatief leren aan de slag gegaan. Coöperatief leren is een onderwijsleersituatie waarbij leerlingen op een gestructureerde manier in interactie met elkaar, onder gedeelde verantwoordelijkheid, samenwerken aan een leertaak met een gemeenschappelijk doel (Van Vugt, 2002). De achterliggende gedachte, die voortkomt uit het sociaal constructivisme, is dat leren geen individuele aangelegenheid is, maar dat kennis zich ontwikkelt en betekenis krijgt in interactie met elkaar. Coöperatief leren is een krachtige leeromgeving: de sociale interactie zet diepere, individuele, cognitieve processen in gang, waardoor kennis beter georganiseerd en onthouden wordt (Veenman, 2001).

Structuuraanpak
Leerkrachten die starten met coöperatief leren, doen dit meestal door het toepassen van coöperatieve werkvormen in de les. Door je als leerkracht te houden aan de strakke structuur van de werkvorm wordt de interactie tussen leerlingen middels actief en constructief leren gestimuleerd (Förrer, Kenter & Veenman, 2000). In de praktijk is dit zichtbaar doordat leerlingen in tweetallen of kleine groepjes een opdracht volgens een bepaalde structuur uitvoeren. Deze aanpak, ook wel de structuuraanpak genoemd, heeft echter als risico dat door de beperkte aandacht voor de achterliggende principes van coöperatief leren de kans bestaat dat de sociale ontwikkeling, het samenwerken, minimaal is (Kagan, 2005). De leerkracht is vooral bezig ervoor te zorgen dat de werkvorm goed wordt uitgevoerd. Ook op deze basisschool bleek één jaar na het invoeren van coöperatief leren met de structuuraanpak het accent vooral op de werkvorm te liggen, en was de leerkracht niet bewust bezig met het sociale doel van de coöperatieve les. ‘Best gek’, zo concludeerde één van. ‘Bij het evalueren, bespreek je wel hoe het samenwerken gaat, maar tijdens mijn voorbereiding denk ik hier eigenlijk nooit over na.’

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.