Thematisch werken in samenhang

pp.12-15_Bootsma_JSW januari 2018_KritischOp veel Nederlandse scholen wordt thematisch gewerkt. Kennis van de wereld, geschiedenis en natuur en techniek wordt niet door middel van een methode aangeboden, maar in brede thema’s waarbij de eigen inbreng van leerlingen groot is. Er wordt aan onderzoekend leren gedaan, de vaardigheden van de 21e eeuw krijgen een plek binnen de thematische aanpak en de leerlingen zijn vaak intensief bezig om in groepjes aan opdrachten en ideeën te werken. Er wordt, zo zegt men, mooi en betekenisvol onderwijs gemaakt. Is zo’n thematische aanpak zinvol?

De Amerikaanse onderwijskundige Hirsch zou over zo’n uitwerking weinig enthousiast zijn. Hij vindt het aanbieden van veel kennis over de wereld om ons heen van cruciaal belang voor de ontwikkeling van kinderen. Maar de vraag die hem hierbij bezighoudt is: wat is de slimste manier om dit te doen? Hoe maken we ons onderwijs effectief voor alle leerlingen en hoe dragen we als scholen bij aan de vermindering van de kansenongelijkheid? De inzichten van Hirsch hierover zal ik koppelen aan de thematische aanpak van het onderwijs. De leidende vraag hierbij is: hoe kan thematisch onderwijs zo worden vormgegeven dat alle leerlingen hiervan profiteren?

Koninklijke weg
De Griekse wiskundige Euclides wordt gezien als de grondlegger van de meetkunde. Hij schreef er een zeer beroemd boek over, getiteld De Elementen. Dit boek werd tot ver in de 19e eeuw gebruikt als studieboek om de beginselen van deze zeer oude wetenschap onder de knie te krijgen. Ten tijde van Euclides’ leven was Ptolemaeus koning der Grieken. Hij was onder de indruk van de kennis die Euclides had, maar zag op tegen het doorgronden van het boek. Dus vroeg de koning of er geen gemakkelijkere manier bestond om meetkunde te leren dan door bestudering van Euclides’ geschrift, waarop de wiskundige antwoordde: ‘Er bestaat geen koninklijke weg.’ Hoewel het verhaal over Epicurus en Ptolomaeus waarschijnlijk verzonnen is, zit er een diepe waarheid in verborgen.

Het opdoen kan kennis vraagt veel tijd en veel inspanning. Je leert niet zo gemakkelijk meetkunde of de geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog. Om hier grip op te krijgen, is veel kennis nodig. En veel kinderen hebben die niet. Die moet, aldus Hirsch, worden onderwezen. In The Schools We Need and Why We Don’t Have Them benadrukt Hirsch (1999) dat leerlingen die van huis uit niet opgroeien in een wereld vol verhalen en die weinig culturele bagage meekrijgen dit al zo vroeg mogelijk moeten krijgen aangeboden op school. De reden hiervoor is, aldus Hirsch (1999): ‘Learning is cumalitive and at first it is slow. Knowledge gradually builds on knowledge; the principle behind intellectual capital is that it takes knowledge to make knowledge. Because of the cumulative character of learning, the educational conditions of early life excercise a very powerful influence on later competencies.’

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.